direct naar inhoud van Artikel 1 Bedrijfsdoeleinden
Plan: Franeker - Westelijke woongebieden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BPFRAWESTWG2011

Artikel 9 Bedrijfsdoeleinden

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor bedrijfsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van:

1.    bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1;

2.    bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder categorie 1, ter plaatse van de categorie-aanduiding “I”, alsmede een (auto) stal­ling en een werkplaats ter plaatse van de aanduiding "(auto)­stal­ling en werkplaats";

3.    bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder de categorieën 1 en 2, ter plaatse van de categorie-aanduiding “II”, alsmede een druk­kerij ter plaatse van de aanduiding "drukkerij";

met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven;

4.    dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen;

5.    een keukencentrum indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “keukencentrum”;

6.    een supermarkt, indien de gronden zijn voorzien van de aandui­ding "supermarkt";

7.    een bedrijfswoning, indien de gronden zijn voorzien van de aandui­ding “bedrijfswoning”;

b.    aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswo­ning;

 

met daaraan ondergeschikt:

c.    woonstraten;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     bebossing;

g.    water;

h.    nutsvoorzieningen;

 

met de daarbijbehorende:

i.      tuinen, erven en terreinen;

j.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

9. 2.       Bouwregels

9. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 9.1. sub a genoemde gebouwen gel­den de volgende regels:

a.    een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    een bedrijfswoning zal uitsluitend worden gebouwd binnen het gebied dat is voorzien van de aanduiding “bedrijfswoning”;

c.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aan­gegeven hoogte bedragen;

d.    de (bouw)hoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

e.    in afwijking van het bepaalde in sublid a mogen ter plaatse van de aanduiding “bijgebouw” bijgebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwen;

f.     de bouwhoogte van de in het vorige sublid genoemde bijgebouwen zal ten hoogste 3,50 m bedragen.

9. 2. 2. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkap­pingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:

a.    aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 3,00 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswo­ning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd;

b.    de afstand van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping tot de zij­delingse perceelgrens zal ten minste 1,00 m bedragen;

c.    de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning zal ten hoogste 50 m² bedra­gen;

d.    de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd bijgebouw zal ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd, plus 0,25, met dien ver­stande dat de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aange­bouwd bijgebouw niet meer mag bedragen dan 4,00 m;

e.    de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 3,50 m be­dragen;

f.     de bouwhoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 6,00 m bedragen;

g.    de bouwhoogte van een overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedra­gen.

9. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m be­dragen;

b.    de hoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen;

c.    de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

9. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

9. 4.       Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiks­mogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 9.2.2. sub a en toestaan dat een aan- of uitbouw, bij­gebouw of overkapping minder dan 3,00 m achter, dan wel vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning wordt gebouwd;

b.    het bepaalde in lid 9.2.2. sub b en toestaan dat de afstand van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping tot de zijdelingse perceel­grens wordt verkleind.

9. 5.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van detailhandel, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduidingen "keukencentrum" of “supermarkt”;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksin­richtingen;

c.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

9. 6.       Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveilig­heid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangren­zende gronden, ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 9.1. sub a onder 2 en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder categorie 1, mits:

-          het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtin­gen en vuurwerkbedrijven betreft;

b.    het bepaalde in lid 9.1. sub a onder 3 en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder de cate­gorieën 1 en 2, mits:

-          het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtin­gen en vuurwerkbedrijven betreft;

c.    het bepaalde in lid 9.5.2. sub a en toestaan dat gronden en bouwwer­ken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden de­tailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genot­middelen.

9. 7.       Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiks­mogelijkheden van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Woondoeleinden 2’, mits:

1.    de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast voor de be­drijfslocatie aan de Michiel Miedemastraat;

2.    de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd;

3.    de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeurgrenswaarde of een ver­kregen hogere grenswaarde;

4.    de woningbouw in overeenstemming is met het woonplan, waar­over met Gedeputeerde Staten overeenstemming bestaat;

b.    de aanduiding “(auto)stalling en werkplaats” wordt verwijderd, dan wel wordt gewijzigd in uitsluitend de aanduiding “(auto)stalling” of “werk­plaats”, indien één of beide functies ter plaatse zijn beëindigd;

c.    de aanduidingen “drukkerij”, “supermarkt” en “keukencentrum” worden verwijderd, indien de betreffende functie ter plaatse is beëindigd.