direct naar inhoud van Artikel 12 Woongebouw III
Plan: St. Annaparochie
Status: goedgekeurd
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00630000000511

Artikel 12 Woongebouw III

 

12. 1.    Bestemmingsomschrijving

12. 1. 1. De op de kaart voor woongebouw III aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    woongebouwen;

b.    gebouwen ten behoeve van bergingen en stallingen c.q. ten behoeve van onderhoud en beheer;

met de daarbijbehorende:

c.    tuinen en erven;

d.    woonstraten en paden;

e.    groenvoorzieningen;

f.     parkeervoorzieningen;

g.    sloten, bermen en beplanting;

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

12. 2.    Bouwvoorschriften

12. 2. 1. Voor het bouwen van woongebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    een woongebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de hoogte van een woongebouw zal ten hoogste 12,50 m bedragen.

12. 2. 2. Voor het bouwen van de in lid 12.1.1. sub b genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen zal ten hoogste 50 m² per bouwperceel bedragen;

b.    de hoogte van de gebouwen zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

12. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

12. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de algemene criteria.

12. 4.    Gebruiksbepaling

12. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze  bestemming.

12. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 12.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

12. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 12.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

12. 5.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 12.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.