direct naar inhoud van Artikel 9 Tuin
Plan: St. Annaparochie
Status: goedgekeurd
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00630000000511

Artikel 9 Tuin

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

9. 1. 1. De op de kaart voor tuin aan­ge­we­zen gron­den zijn be­stemd voor:

a.    voortuinen en zijtuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

en in beperkte mate voor:

b.    woonstraten en paden;

c.    groenvoorzieningen;

d.    waterlopen en waterpartijen.

9. 2.       Bouwvoorschriften

9. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

9. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebou­wen zijnde, geldt de volgende be­paling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m be­­dra­gen.

9. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de algemene criteria.

9. 4.       Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:

-       het bepaalde in lid 9.2.1.en toestaan dat aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat de bebouwingsbepalingen voor erfbebouwing, zoals opgenomen in de artikelen 4 tot met 8 van toepassing zijn.

9. 5.       Gebruiksbepaling

9. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze  bestemming.

9. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 9.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

9. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 9.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

9. 6.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 9.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.