direct naar inhoud van Artikel 3 Beschrijving in Hoofdlijnen
Plan: St. Annaparochie
Status: goedgekeurd
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00630000000511

Artikel 3 Beschrijving in Hoofdlijnen

 

De aan de gronden toegekende doeleinden zullen, uitgaande van de in de toelichting omschreven huidige situatie, met het plan worden nagestreefd op de wijze, zoals hierna in hoofdlijnen is beschreven.

3. 1.       Instructies

3. 1. 1. Woonfunctie

*        Er wordt in het algemeen gestreefd naar handhaving en zo mogelijk verbetering van de woonsituatie. Dit houdt in het creëren van voorwaarden voor verbetering van de kwaliteit van de bebouwing en de woonomgeving.

 

*        Bij vestiging van een aan-huis-verbonden beroep of een andere kleinschalige bedrijfsmatige activiteit in combinatie met het wonen, dient ervoor te worden gezorgd dat het parkeren ten behoeve van deze functie op het eigen erf plaatsvindt.

 

*        Gebouwen die als beschermd rijksmonument zijn aangewezen op grond van de Monumentenwet, zullen op basis van deze wet worden beschermd.

 

*        De boombeplanting zal, naast de bepalingen van het bestemmingsplan, worden beschermd door toepassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

 

*        Behalve met dit plan zal middels het welstandstoezicht een goede beeldkwaliteit worden na­ge­streefd. Waar aan de be­bou­wing en aan het be­bouwings­beeld extra eisen moeten wor­den gesteld aan de situe­ring, vormgeving, materiaalge­bruik en kleurstelling, zal, voorzover met deze eisen bij de toetsing aan dit plan geen reke­ning kan wor­den gehou­den, de naleving van deze eisen worden na­­­gestreefd bij de beoorde­ling of een ge­bouw voldoet aan re­delijke eisen van welstand.

Ten behoe­ve hiervan zal een speci­fiek afge­stemd wel­stands­toezicht plaats­vin­den, dat betrekking heeft op met name de volgende aspecten:

        -       architectuur (gericht op de onderlinge samen­hang; in hoeksitua­ties dienen twee gevels op de openbare ruimte te zijn georië­­­nteerd);

        -       kapvorm en nokrichting (eenheid in vorm en kapvorm, in hoek- en eindsituaties kan een samengestelde kapvorm worden toegepast);

        -       kleurgebruik (onderlinge samenhang, traditionele kleurstelling);


        -       openbare ruimte (gericht op een "zachte" scheiding tussen bebouwd (privé-terrein) en onbebouwd gebied (openbaar terrein): géén bijgebouwen op achtererf situeren die gelegen zijn aan structuur­bepalende waardevolle groen- en water­elementen).

 

*        In het plan zal, met inacht­ne­ming van de technische, verkeerskundige en financiële randvoor­waarden, worden gestreefd naar een optimale wijze van integreren van milieudoelstel­lingen. Dit "duurzaam bouwen" [1]) heeft betrek­king op onder meer de volgende aspecten:

       -        milieurandvoorwaarden (geluidcontouren, bedrijvigheid, bodem en water);

       -        verkeer en infrastructuur (ruime verblijfsgebieden, verkeersluwe woonstraten);

-        water (toepassen "geschei­den riolerings­stelsel").

Het beleid ten aanzien van duurzaam bouwen zal worden afgestemd op de gemeentelijke Notitie Duurzaam Bouwen.

 

*        De extra woningbouw die tot stand kan komen via het toepassen van de verschillende vrijstelling- en wijzigingsbevoegdheden en de uit te werken bestemming, dient in overeenstemming te zijn met de provinciale richtgetallen voor woningen die voor de gemeente het Bildt gelden. In het geval dat de woningbouwaantallen worden overschreden, dient de provincie hier vooraf mee in te stemmen.

3. 1. 2. Centrumgebied 

*        Ten aanzien van de gebieden die zijn voorzien van de bestemming “Centrumdoeleinden” wordt gestreefd naar een functiemenging van wonen, winkels en voorzieningen. Daarbij staat de ontwikkeling van de werkfunctie voorop.

 

*        Uitgangspunt bij de aanwezigheid van winkels is een aaneengesloten winkelfront. Ten aanzien van dit winkelfront zal terughoudend worden opgetreden wat betreft de uitbreiding van niet-centrumgebonden functies.

 

*        Bedrijven, niet zijnde horeca- en/of dienstverlenende bedrijven, zijn slechts toegestaan in combinatie met detailhandel.

Zelfstandige bedrijven zijn uitsluitend bij uitzondering toegestaan, indien deze de centrumfunctie ondersteunen.

*        Horecabedrijven kunnen worden toegestaan als deze de centrumfunctie ten goede komen. In het algemeen zal het daarbij gaan om publiekgerichte horeca. Horecafuncties waarvan in relatie tot de omgeving hinder wordt verwacht (bars en bar-/dancings) worden niet toegestaan.

 

*        Bij de toelaatbaarheid van dienstverlenende bedrijven en/of instellingen en maatschappelijke voorzieningen wordt de voorkeur gegeven aan publieksgerichte bedrijven en voorzieningen. Niet-publieksgerichte bedrijven en voorzieningen zijn acceptabel wanneer deze geen onderbreking vormen van het front van centrumgebonden voorzieningen.

 

*        De toelaatbaarheid van functies en de stellen voorwaarden zullen mede worden bepaald door de te verwachten parkeer- en verkeersdruk. Er wordt verondersteld dat deze aspecten opgelost kunnen worden in de nabijheid van de voorzieningen. Er zal worden bevorderd dat de voorziening een eigen bijdrage levert aan de oplossing van deze aspecten.

Wanneer ten gevolge van nieuwbouw of uitbreiding parkeergelegenheid verdwijnt, zal moeten worden zorggedragen voor vervangende parkeergelegenheid.

 

*        In het algemeen zal worden gestreefd naar een gespreide vorm van parkeergelegenheid, waardoor een korte afstand zal bestaan tussen centrumvoorzieningen en parkeergelegenheid. De omvang van de parkeergelegenheid zal zijn afgestemd op de behoefte van nabijgelegen centrumvoorzieningen.

 

*        Met betrekking tot de woonfunctie in het centrumgebied zal de voorkeur worden gegeven aan combinaties met centrumfuncties.

3. 1. 3. Overige bedrijvigheid

Ten aanzien van bestaande, zelfstandige bedrijven, die niet direct passend zijn in een woongebied, zullen de ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Bij bedrijfsbeëindiging dan wel verplaatsing van een milieubelastende functie is uitgangspunt dat er een minder milieubelastende bedrijfsfunctie voor in de plaats komt of dat er een woonfunctie wordt gevestigd.

3. 1. 4. Soortenbescherming flora en fauna

Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten zal rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van de te beschermen soorten zoals aangewezen in de Habitatrichtlijn en krachtens de Flora- en Faunawet.


Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende (bouw)werkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing krachtens de Flora- en Faunawet.

Bij de beoordeling van deze ontheffing is de Habitatrichtlijn toetsingskader.

3. 1. 5. Waterhuishouding

Teneinde een goede waterhuishouding in het gebied te waarborgen, zal bij activiteiten die hierop inbreuk kunnen doen, overleg gepleegd worden met de waterbeheerder.

3. 1. 6. Leidingbeheer

Bij de situering van bouwwerken en het aanbrengen van (opgaande) beplanting zal erop worden gelet, dat geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van nutsleidingen.

3. 2.       Toetsingscriteria voor ontwikkeling en beheer

Bij de toetsing van activiteiten aan het plan, zal worden getoetst aan onder meer de volgende specifieke en algemene criteria.

3. 2. 1. Specifieke criteria ten aanzien van de woonfunctie

- Hoofdgebouwen -

 

Bij nieuwbouw, verbouw en uitbreiding van hoofdgebouwen is in het algemeen de bebouwingsstructuur van de omgeving richtinggevend.

 

- Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen -

 

De bouw van aan- en uitbouwen, bijgebouwen (garage, berging, e.d.) en overkappingen moet, behalve aan de kwantitatieve bebouwingsregelingen, in principe aan de volgende eisen voldoen.

 

*        In het algemeen wordt gestreefd naar een herkenbaar onderscheid tussen hoofdgebouwen enerzijds en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen anderzijds.

Dit onderscheid zal zich naast de afmetingen, onder meer kunnen manifesteren door een terugrooiing van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten opzichte van de naar de weg gekeerde gevel(s) van een hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan.

 

*        Bij een vrijstelling voor vergroting van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen wordt gelet op de volgende aspecten:

1.    er moet voor de vergroting van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen sprake zijn van:

-     een aantoonbare behoefte vanuit de in de bestemming toegelaten functies, of:

-     een situatie waarin de vergroting van het hoofdgebouw afgewezen moet worden, gelet op de hoofdvorm van het hoofdgebouw en de ruimtelijke waarde daarvan voor het straat- en bebouwingsbeeld;

2.    bij vergroting ten behoeve van de woonfunctie moet aantoonbaar zijn dat het gebruik van de uitbreiding voor langere termijn gekoppeld blijft aan de woonfunctie.

 

*        De extra vergroting van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op percelen met een minimale grootte van 1.000 m², moet ruimtelijk aanvaardbaar zijn. De situering van de vrijstaande bijgebouwen en niet aan het hoofdgebouw gebouwde overkappingen zal zoveel mogelijk in de nabijheid van het hoofdgebouw gerealiseerd moeten worden, om verspreiding van bebouwing op de ruime erven te voorkomen.

 

- Aan-huis-verbonden beroep / aan-huis-verbonden

  bedrijfsactiviteiten -

 

De gronden zijn primair bedoeld voor het wonen. De woonfunctie mag altijd  worden gecombineerd met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a.    de woonfunctie mag niet onevenredig worden aangetast;

b.    het uiterlijk van de betreffende woning mag niet worden aangetast (geen reclame-uitingen e.d.);

c.    het beroep/bedrijf dient te worden uitgeoefend door in ieder geval de hoofdbewoner(s) van de woning. Ten behoeve van ondersteuning (o.a. administratie) mogen maximaal 2 personen in dienst zijn.

d.    De bedrijfstechnische of -economische noodzaak hiertoe moet worden aangetoond;

e.    het mag niet gaan om vormen van detailhandel en/of horeca;

f.     het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden. Indien dit niet mogelijk is, mag de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voor-genomen activiteit niet onevenredig toenemen. Ook de verkeersdruk in de naaste omgeving mag niet onevenredig toenemen.

Binnen de woonbestemmingen kan de vestiging van bepaalde bedrijfsactiviteiten (aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten) aanvaardbaar worden geacht. Bij de toepassing van de vrijstellingsbevoegdheid ten behoeve van de vestiging hiervan, gelden dezelfde criteria als ten behoeve van de vestiging van een aan-huis-verbonden beroep.

 

- Uitbreidingsgebied ’t Bosch -

 

In het gebied ’t Bosch wordt middels een wijzigingsbevoegdheid de ruimte geboden voor enkele grote woningbouwkavels, waarbij de volgende uitgangspunten gelden:

-       de bouwvlakken dienen op een zodanige wijze te worden vastgelegd dat een minimale bouwperceelgrootte van 1500 m² gerealiseerd kan worden;

-       er wordt bij de realisering van woningbouw gestreefd naar een stapsgewijze ontwikkeling, waarbij een zekere clustering van de bebouwing als uitgangspunt geldt;

-       structurele bouwen en structurele boombeplanting, alsmede de waterlopenstructuur zal zoveel mogelijk worden geïntegreerd in het plan.

 

- Herstructurering Dirk Janzstraat e.o. -

 

In de omgeving van de Dirk Janszstraat wordt herstructurering mogelijk gemaakt (wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 WRO). Bij de invulling van het gebied gelden de volgende uitgangspunten:

-       het realiseren van woningbouw in de vorm van vrijstaande en halfvrijstaande woonhuizen en woningen in een appartementencomplex;

-       een uitbreiding van het senioren-wooncomplex De Beuckelaer, met een aantal appartementen c.q. aanleunwoningen;

-       een goede ruimtelijke inpassing van de nieuwe woonhuizen en woongebouwen ten opzichte van de nabije omgeving is hierbij steeds uitgangspunt.  

3. 2. 2. Specifieke criteria ten aanzien van bedrijven en voorzieningen

- Winkels -

 

De wijzigingsbevoegdheid om de aanduiding "supermarkt toegestaan" te verruimen, op de kaart aan te brengen en/of van de kaart de verwijderen, kan worden toegepast bij uitbreiding van een supermarkt dan wel bij verplaatsing. Een extra supermarkt kan uitsluitend worden toegestaan, indien uit een distributie planologisch onderzoek (DPO) blijkt dat vestiging niet leidt tot een verstoring van de overige distributieve voorzieningen in het centrum van St.-Annparochie geen verstoring optreedt van de gewenste detailhandelsstructuur in het dorp.

 

- Bedrijvigheid -

 

*        Bij bedrijven die niet direct passend zijn in een woongebied, wordt gestreefd deze zoveel mogelijk aan het ruimtelijk beeld te onttrekken, door de bedrijfsbebouwing en opslagterreinen e.d. zoveel mogelijk op achterterreinen te plaatsen.


Indien een uitbreiding plaatsvindt die zich naar de wegzijde manifesteert, zal het moeten gaan om minder hinder veroorzakende onderdelen van het bedrijf (kantoor e.d.). Er wordt gestreefd naar het bieden van beperkte ontwikkelingsmogelijkheden op de bestaande locaties, voor zover dit geen onevenredige afbreuk doet aan de woonsituatie van belendende percelen.

Milieubelastende onderdelen van bedrijven dienen zover mogelijk van de woonbebouwing te worden gesitueerd.

 

*        De vrijstelling om de bedrijfsbebouwing (bedrijven en detailhandel) gedeeltelijk buiten het bouwvlak te realiseren, wordt slechts verleend indien het gaat om een ondergeschikte uitbreiding van de bestaande bedrijfsfunctie. Daarnaast dient het te gaan om een bedrijfstechnisch aantoonbare noodzaak tot uitbreiding.

De mogelijke uitbreiding zal verder moeten worden beoordeeld aan de hand van de effecten op de woonomgeving.

 

- Maatschappelijke functies -

 

*        De ruimtelijke herkenbaarheid van gebouwen met een maatschappelijke functie moet gewaarborgd blijven. Deze wordt gevormd door de situering van de bebouwing ten opzichte van de openbare ruimte en de individuele bouwvorm.

 

*        Functieveranderingen naar wonen kunnen, met name bij maatschappelijke voorzieningen, een reëel perspectief zijn. De veranderingsmogelijkheden die in het plan worden geboden, zullen worden beoordeeld op hun gevolgen voor de woonfunctie.

 

*        Het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak mag alleen betrekking hebben op incidentele uitbreiding.

Uitsluitend ondergeschikte gebouwen (zoals een berging of een fietsenstalling) mogen geheel buiten het bouwvlak worden gebouwd.

 

*        Bij de sport- en recreatieterreinen is uitgangspunt dat de gebouwen ten behoeve van de sport- en recreatieve voorzieningen zoveel mogelijk worden geconcentreerd. Ten aanzien van gebouwen ten behoeve van het onderhoud en beheer van de terreinen is verspreide bebouwing toegelaten.

3. 2. 3. Specifieke criteria ten aanzien van de waterhuishouding

Bij activiteiten nabij schouwsloten/hoofdwaterlopen dient rekening te worden gehouden met een obstakelvrije zone van 5,00 m uit de oever van de schouwsloten, tenzij via overleg met de waterbeheerder een andere regeling is overeengekomen.


3. 2. 4. Algemene criteria

*        Geen onevenredige afbreuk instructies:

aan de in lid 1 genoemde instructies mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan.

 

*        Straat- en bebouwingsbeeld:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient gestreefd te worden naar het instandhouden c.q. het tot-stand-brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar:

-     een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte;

-     een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling;

-     een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen           bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is.

 

*        Woonsituatie:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. garanderen van een redelijke lichttoetreding en uitzicht, alsmede de aanwezigheid van voldoende privacy.

 

*        Verkeersveiligheid:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een verkeersveilige situatie.

 

*        Sociale veiligheid:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is.

 

*        Milieusituatie:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient bij de situering en omvang van milieubelastende functies erop te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies zo weinig mogelijk wordt beperkt.

Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun uitbreiding worden beperkt.

 

*        Gebruiksmogelijkheden:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed.

 

 

 

*        Woonsituatie:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. garanderen van een redelijke lichttoetreding en uitzicht, alsmede de aanwezigheid van voldoende privacy.

 

*        Verkeersveiligheid:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een verkeersveilige situatie.

 

*        Sociale veiligheid:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is.

 

*        Milieusituatie:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient bij de situering en omvang van milieubelastende functies erop te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies zo weinig mogelijk wordt beperkt.

Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun uitbreiding worden beperkt.

 

*        Gebruiksmogelijkheden:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed.