direct naar inhoud van Artikel 16 Archeologisch aandachtsgebied
Plan: ’t War / Witzens / Keningspark
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BPFRAWAWIKE2009-

Artikel 16 Archeologisch aandachtsgebied

 

16. 1.      Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Archeologisch aandachtsgebied aange­wezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), te­vens bestemd voor:

-          het behoud, het herstel en de bescherming van de archeologi­sche waarden van de gronden.

16. 2.      Aanlegvergunning

16. 2. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schrifte­lijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegver­gunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werk­zaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de voorschriften bij de andere op deze voorschriften van toepassing zijnde bestemmingen:

a.      het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergan­gen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gron­den en/of het an­ders­zins ingrijpend wijzigen van de bo­dem­structuur;

b.      het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, tenzij deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vind­plaatsen worden uitgevoerd.

16. 2. 2. Het bepaalde in lid 16.2.1. is niet van toepassing op wer­ken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

a.      het normale onderhoud betreffen;

b.      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van kracht worden van dit plan.

16. 2. 3. De in lid 16.2.1. genoemde vergunning kan slechts wor­den verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.

16. 2. 4. Alvorens een aanlegvergunning te verlenen kunnen Bur­gemeester en Wethouders besluiten dat voor ingrepen groter dan 50 m² de aanlegvergunning pas kan worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

16. 2. 5. Alvorens een aanlegvergunning te verlenen kunnen Bur­gemeester en Wethouders ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies inwinnen bij een terzake deskundige.

16. 2. 6. Indien uit het in lid 16.2.4. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen Bur­gemeester en Wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de aanlegvergunning:

a.      de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waar­door de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.      de verplichting tot het doen van afgravingen.

c.      de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

16. 3.      Bijzondere bepaling

16. 3. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m², verlangen dat alvorens een bouwvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarden van de gron­den die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

16. 3. 2. Indien uit het in lid 16.3.1. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de bouwvergunning zullen worden verstoord, kunnen Burgemeester en Wethouders een of meerder van de volgende voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning:

a.      de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waar­door archeologische waarden in de bodem kunnen wor­den behouden;

b.      de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.      de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een terzake des­kundige die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.