direct naar inhoud van Artikel 15 Leidingenzone
Plan: Franeker - Bedrijventerrein Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700503BP051702-

Artikel 15 Leidingenzone

 

15. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor leidingzone aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor:

a.    een strook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding;

b.    een strook ten behoeve van een persleiding;

c.    een strook ten behoeve van een hoofdwatertransportleiding;

15. 2.    Bouwvoorschriften

15. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere op de kaart aangewezen bestemmingen, mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, ten behoeve van de basisbestemmingen.

15. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze (aanvullende) bestemming, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.

15. 3.    Aanlegvergunning

15. 3. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren;

b.    het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;

c.    het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;

d.    het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;

e.    het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.

15. 3. 2. Het bepaalde in lid 15.3.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

15. 3. 3. De in lid 15.3.1. genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend indien:

a.    door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in het eerste lid genoemde leidingen ontstaat of kan ontstaan;

b.    vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

15. 4.    Gebruiksvoorschriften

15. 4. 1. Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

15. 4. 2. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 15.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

15. 5.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 15.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.