direct naar inhoud van Artikel 8 Nutsdoeleinden
Plan: Franeker - Bedrijventerrein Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700503BP051702-

Artikel 8 Nutsdoeleinden

 

8. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor nutsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;

b.    een zend- en ontvangmast, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “zend- en ontvangmast”;

met de daarbijbehorende:

c.    terreinen;

d.    overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8. 2.       Bouwvoorschriften

8. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    een gebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen.

8. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.    een zend- en ontvangmast mag uitsluitend worden gebouwd voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “zend- en ontvangmast toegestaan”;

b.    de hoogte van een zend- en ontvangmast zal ten hoogste 35,00 m bedragen;

c.    de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

8. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

8. 4.       Gebruiksvoorschriften

8. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

8. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 8.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil anders dan ten dienste van de bestemming;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

8. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 8.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

8. 5.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 8.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.