direct naar inhoud van Artikel 6 Detailhandelsdoeleinden
Plan: Franeker - Bedrijventerrein Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700503BP051702-

Artikel 6 Detailhandelsdoeleinden

 

6. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor detailhandelsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van detailhandel, waaronder een supermarkt;

met de daarbijbehorende:

b.    erven en terreinen;

c.    (ontsluitings)wegen, straten en paden;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     sloten, bermen en beplanting;

g.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6. 2.       Bouwvoorschriften

6. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 6.1. sub a genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de bouwhoogte van de gebouwen zal ten hoogste 8,00 m bedragen.

6. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 8,00 m bedragen.

6. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

6. 4.       Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:

-       het bepaalde in lid 6.2.1. sub a en toestaan dat de gebouwen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd.

6. 5.       Gebruiksvoorschriften

6. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

6. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 6.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil anders dan ten dienste van de bestemming;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

6. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

6. 6.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 6.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.