direct naar inhoud van Artikel 11 Verkeersdoeleinden
Plan: Franeker - Bedrijventerrein Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700503BP051702-

Artikel 11 Verkeersdoeleinden

 

11. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor verkeersdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    wegen en straten;

b.    fiets- en voetpaden;

c.    sloten en bermen;

waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer;

met daaraan ondergeschikt:

d.    laad- en loskaden;

e.    groenvoorzieningen;

f.     parkeervoorzieningen;

g.    erven en terreinen;

met de daarbijbehorende:

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11. 2.    Bouwvoorschriften

11. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

11. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

11. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

11. 4.    Gebruiksvoorschriften

11. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

11. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 11.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;


b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil anders dan ten dienste van de bestemming;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

11. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 11.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

11. 5.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 11.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a lid 2° van de Wet op de economische delicten.