direct naar inhoud van Artikel 28 Algemene vrijstellingsbevoegdheid
Plan: Franeker - Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP031703-

Artikel 28 Algemene vrijstellingsbevoegdheid

 

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, ruimtelijke en ar­cheologische waarden van het Beschermd Stadsgezicht, het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de sociale veilig­heid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:

 

1.   de bij recht in de voorschriften gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages;

 

2.   de bestemmingsbepalingen en toestaan dat openbare (nuts)-gebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van (de bediening van) kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:

-     de inhoud per gebouwtje ten hoogste 50 m³ zal bedragen;

 

3.   de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;

 

4.   de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 30,00 m;

 

5.   het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits:

1.   deze vergroting niet meer dan 10 m² per plaatselijke verhoging zal bedragen;

2.   de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak zal bedragen;

3.   de vergroting leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen;

 

6.   het bepaalde ten aanzien van het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouw- c.q. bestemmingsvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden over­schreden door:

1.    plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatieka­nalen en schoorstenen;

2.    gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;

3.    erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspar­tijen, luifels, balkons en galerijen;

mits de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijdend.