direct naar inhoud van Artikel 19 Nutsdoeleinden
Plan: Franeker - Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP031703-

Artikel 19 Nutsdoeleinden

 

19. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor nutsdoeleinden aangewezen gronden zijn be­stemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transfor­matorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorzie­ning, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;

b.    een antennemast, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “antennemast toegestaan”;

met de daarbijbehorende:

c.    terreinen;

d.    overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

19. 2.    Bouwvoorschriften

19. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 19.1. sub a genoemde ge­bouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de goothoogte van de gebouwen zal ten minste 3,50 m bedra­gen;

c.    de dakhelling van de gebouwen zal ten hoogste 60° bedragen.

19. 2. 2. Voor het bouwen van een antennemast gelden de volgende bepalingen:

a.    een antennemast mag uitsluitend worden gebouwd voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “antennemast toegestaan”;

b.    de hoogte van een antennemast zal ten hoogste 24,00 m bedragen.

19. 2. 3. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 8,00 m bedragen.

19. 3.    Gebruiksvoorschriften

19. 3. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebrui­ken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

19. 3. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 19.3.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vlieg­tuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af­braak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

19. 3. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 19.3.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

19. 4.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 19.3.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.