direct naar inhoud van Artikel 11 Uit te werken woondoeleinden
Plan: Franeker - Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP031703-

Artikel 11 Uit te werken woondoeleinden

 

11. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor uit te werken woondoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;

b.    bijgebouwen;

met de daarbijbehorende:

c.    tuinen, erven en terreinen;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11. 2.    Uitwerkingsregels

11. 2. 1. Burgemeester en Wethouders werken de in lid 11.1. omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels:

a.    er dient afstemming plaats te vinden met het gemeentelijke Woonplan;

b.    in het gebied dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd;

c.    er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorische, ruimtelijke en archeologische waarden van het Beschermd Stadsgezicht, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11. 2. 2. Voor het bouwen van woonhuizen gelden de volgende bepalingen:

a.    de oppervlakte van een woonhuis zal ten hoogste 150 m² bedragen;

b.    de goothoogte van een woonhuis zal ten hoogste 4,00 m bedragen;

c.    de bouwhoogte van een woonhuis zal ten hoogste 9,00 m bedragen.

11. 2. 3. Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen zal per woonhuis ten hoogste 100 m² bedragen;

b.    de goothoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m be­dragen;

c.    de bouwhoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 6,00 m be­dragen.

11. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

11. 3.    Bijzondere bepaling

Zolang en voorzover de in lid 11.2. bedoelde uitwerking niet onherroepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, mits:

a.    het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan;

b.    van Gedeputeerde Staten vooraf een verklaring van geen bezwaar ter zake is ontvangen, tenzij Gedeputeerde Staten  hebben verklaard dat de uitwerking geen goedkeuring behoeft en gedurende de termijn van terinzagelegging geen bedenkingen tegen het ontwerp-uitwerkingsplan zijn ingebracht.

11. 4.    Uitwerkingsprocedure

Op de voorbereiding van een ontwerp-besluit tot uitwerking op grond van deze bestemming, is de volgende procedure van toepassing:

a.    het ontwerp-besluit tot uitwerking, waarbij toepassing wordt gege­ven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken, gedu­rende 4 weken op het gemeentehuis ter inzage;

b.    Burgemeester en Wethouders maken de terinzagelegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de ge­meente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend;

c.    de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;

d.    gedurende de in sublid a genoemde termijn kunnen belang­heb­benden bij het college van Burgemeester en Wet­houders schriftelijke zienswijzen indienen omtrent het ontwerp-besluit tot uitwerking.

11. 5.    Gebruiksvoorschriften

11. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

11. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 11.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

b.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

11. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 11.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke be­perking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

11. 6.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 11.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.