direct naar inhoud van Artikel 17 Leidingzone
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 17 Leidingzone

 

17. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor leidingzone aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen be­stemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor:

a.    een strook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding;

met de daarbijbehorende:

b.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

17. 2.    Bouwvoorschriften

17. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere op de kaart aangewezen bestemmingen, mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden ge­bouwd, anders dan ten behoeve van de aanvullende bestemming.

17. 2. 2. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

17. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze (aanvullende) bestemming, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.

17. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het doelmatig functioneren van de leiding.

17. 4.    Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de lei­ding, vrijstelling verlenen van:

-       het bepaalde in lid 17.2.1. en lid 17.2.2. en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:

*    vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leiding­beheerder.

17. 5.    Gebruiksvoorschriften

17. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

17. 5. 2. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 17.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

17. 6.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 17.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.