direct naar inhoud van Artikel 9 Groenvoorzieningen
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 9 Groenvoorzieningen

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor groenvoorzieningen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    groenvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

b.    paden;

c.    wegen en straten;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    speelvoorzieningen;

f.     dierenweiden;

g.    sloten, bermen en beplanting;

h.    waterlopen en waterpartijen;

met de daarbijbehorende:

i.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

9. 2.       Bouwvoorschriften

9. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

9. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

9. 3.       Gebruiksvoorschriften

9. 3. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

9. 3. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 9.3.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af­braak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

9. 3. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 9.3.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke be­perking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

9. 4.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 9.3.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a lid 2° van de Wet op de economische delicten.