direct naar inhoud van Artikel 5 Uit te werken woondoeleinden
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 5 Uit te werken woondoeleinden

 

5. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart uit te werken woondoeleinden aangewezen gron­den zijn bestemd voor:

a.    woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;

b.    aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woonhuizen;

c.    woongebouwen;

met de daarbijbehorende:

d.    tuinen, erven en terreinen;

e.    wegen, straten en paden;

f.     parkeervoorzieningen;

g.    speelvoorzieningen;

h.    waterlopen en waterpartijen;

i.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5. 2.       Uitwerkingsregels

Burgemeester en Wethouders werken, overeenkomstig het be­paalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de in lid 5.1. omschreven bestemming uit met inachtneming van de vol­gende regels:

5. 2. 1. Het gebied zal, overeenkomstig figuur 6 zoals opgenomen in de toelichting bij dit plan, gefaseerd worden gerealiseerd, waar­bij de volgende regels in acht worden genomen:

a.    per fase mogen niet meer dan het op de kaart in het bestem­mingsvlak aangegeven aantal woningen worden gebouwd;

b.    met de uitgifte van de woningen in de fasen 3 t/m 4 mag niet eerder dan in 2010 worden begonnen;

c.    in totaal mogen binnen de deelgebieden van het plangebied Franeker Zuid, die met de bestemmingen “Woondoeleinden 1”, “Woondoeleinden 2” en “Uit te werken woondoeleinden” zijn belegd, niet meer dan 640 woningen worden gebouwd;

d.    er dient afstemming plaats te vinden met het gemeentelijke, door de provincie geaccordeerde Woonplan;

e.    bij de uitwerking kunnen Burgemeester en Wethouders binnen de grenzen van de bestemming en de uitwerkingsregels vrij­stellingsbepalingen opnemen ten aanzien van in het uitwer­kingsplan opgenomen bebouwingsbepalingen en gebruiks­voorschriften.

5. 2. 2. De geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen zal ten hoogste de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde dan wel een daarvoor verkregen hogere waarde bedragen.

5. 2. 3. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge­bouwd;

b.    de oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 200 m² bedragen;

c.    de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

5. 2. 4. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijge­bouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoog­ste 50 m² bedragen;

b.    de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijge­bouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoog­ste 50% van het erf  bedragen;

c.    de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd bij­gebouw zal ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt ge­bouwd, plus 0,25 m, met dien verstande dat de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd bijgebouw niet meer mag bedragen dan 4,00 m;

d.    de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen;

e.    de bouwhoogte van een bijgebouw zal ten hoogste 6,00 m be­dragen;

f.     de bouwhoogte van een overkapping zal ten hoogste 3,00 m be­dragen.

5. 2. 5. Voor het bouwen van woongebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    een woongebouw mag uitsluitend worden gebouwd voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “woongebouw”;

b.    de hoogte van een woongebouw zal ten hoogste de op de kaart in het met “woongebouw” aangeduide gebied aangege­ven hoogte bedragen.

5. 2. 6. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of over­kappingen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappin­gen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

5. 3.       Bijzondere bepaling

Zolang en voorzover de in lid 5.2. bedoelde uitwerking niet onher­roepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, mits:

a.    het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwer­kingsplan;

b.    van Gedeputeerde Staten vooraf een verklaring van geen be­zwaar ter zake is ontvangen, tenzij:

-       Gedeputeerde Staten hebben verklaard dat de uitwerking geen goedkeuring behoeft en gedurende de termijn van de terinzagelegging geen zienswijzen tegen het ontwerp-uit­werkingsplan zijn ingebracht.

5. 4.       Gebruiksvoorschriften

5. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

5. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 5.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

b.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

5. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke be­perking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

5. 5.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 5.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.