direct naar inhoud van Artikel 13 Water
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 13 Water

 

13. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    waterlopen en waterpartijen;

b.    oevers en kaden;

c.    bermen en beplanting;

met daaraan ondergeschikt:

d.    groenvoorzieningen;

e.    aanleggelegenheid;

met de daarbijbehorende:

f.     bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder steigers, brug­gen, dammen, walbeschoeiingen en/of duikers.

13. 2.    Bouwvoorschriften

13. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

13. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

13. 3.    Aanlegvergunning

13. 3. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schrifte­lijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegver­gunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werk­zaamheden uit te voeren:

-       het dempen van waterlopen en waterpartijen.

13. 3. 2. Het bepaalde in lid 13.3.1. is niet van toepassing op wer­ken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht wor­den van het plan.

13. 3. 3. De in lid 13.3.1. genoemde vergunning kan uitsluitend wor­den verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

-       de waterhuishouding en de waterstructuur van het gebied.

13. 4.    Gebruiksvoorschriften

13. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

13. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 13.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af­braak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

13. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 13.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

13. 5.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 13.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a lid 2° van de Wet op de economische delicten.

13. 6.    Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “wijzigingsbevoegdheid van toepassing” en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de ver­keersveiligheid, de sociale veiligheid, en de gebruiksmogelijkhe­den van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Water” wordt gewijzigd naar de bestemming “Woondoeleinden 2”, mits:

1.    deze wijzigingsbevoegdheid pas wordt toegepast nadat dui­delijk is geworden dat de omlegging van het Van Ha­rinxmakanaal definitief niet doorgaat;

2.    het aantal te bouwen woningen ten hoogste 35 zal bedra­gen, tenzij een overschrijding zijn grondslag vindt in het gemeentelijke, door de provincie geaccordeerde Woon­plan;

3.    bij de situering van de woningen rekening wordt gehouden met het in acht nemen van voldoende afstand ten opzichte van de nabijgelegen gasleiding in verband met (externe) veiligheidsaspect;

4.    na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalin­gen van artikel 4 van toepassing zijn;

5.    de oppervlakte van een woonhuis ten hoogste 200 m² zal bedragen.

13. 7.    Wijzigingsprocedure

Op de voorbereiding van een ontwerp-besluit tot wijziging op grond van lid 13.6 is de volgende procedure van toepassing: 

a.    het ontwerp-besluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gege­ven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken, gedu­rende 4 weken op het gemeentehuis ter inzage;

b.    Burgemeester en Wethouders maken de terinzagelegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de ge­meente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend;

c.    de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;

d.    gedurende de in sublid a genoemde termijn kunnen belangheb­benden bij het college van Burgemeester en Wet­houders schriftelijke zienswijzen indienen omtrent het ontwerp-besluit tot wijziging.