direct naar inhoud van Artikel 11 Verkeers- en verblijfsdoeleinden
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 11 Verkeers- en verblijfsdoeleinden

 

11. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor verkeers- en verblijfsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    wegen en straten;

b.    voet- en rijwielpaden;

met daaraan ondergeschikt:

c.    parkeervoorzieningen;

d.    groenvoorzieningen;

e.    speelvoorzieningen;

f.     sloten, bermen en beplanting;

g.    waterlopen en waterpartijen;

met de daarbijbehorende:

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11. 2.    Bouwvoorschriften

11. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

11. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 6,00 m bedragen.

11. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de ver­keersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangren­zende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetin­gen van de bebouwing.

11. 4.    Gebruiksvoorschriften

11. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

11. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 11.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af­braak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

11. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 11.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

11. 5.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 11.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a lid 2° van de Wet op de economische delicten.