direct naar inhoud van Artikel 10 Paden
Plan: Woongebied Franeker - Zuid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700502BP059912-

Artikel 10 Paden

 

10. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor paden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    voet- en fietspaden;

b.    sloten, bermen en taluds;

c.    groenvoorzieningen;

d.    boomsingels;

e.    recreatief medegebruik;

waarbij het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden wordt nagestreefd;

met de daarbijbehorende:

f.     bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10. 2.    Bouwvoorschriften

10. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden ge­bouwd.

10. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

10. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het be­houd en het herstel van de cultuurhistorische waarden en de ge­bruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

10. 4.    Aanlegvergunningen

10. 4. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schrifte­lijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegver­gunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werk­zaamheden uit te voeren:

a.    het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen;

b.    het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

c.    het verharden, verbreden en aanleggen van paden, dan wel het wijzigen van het beloop of het profiel van de padenstruc­tuur.

10. 4. 2. Het bepaalde in lid 10.4.1. niet van toepassing op wer­ken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht wor­den van het plan.

10. 4. 3. De in lid 10.4.1. bedoelde vergunning kan uitsluitend wor­den verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden.

10. 5.    Gebruiksvoorschriften

10. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

10. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals be­doeld in lid 10.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af­braak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid­delen.

10. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 10.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

10. 6.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 10.4.1. en lid 10.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a lid 2° van de Wet op de economische delicten.