direct naar inhoud van Artikel 14 Leidingzone
Plan: Franeker - GGZ-locatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP051703-

Artikel 14 Leidingzone

 

14. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor leidingzone aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor:

a.    een strook ten behoeve van een (hoofd)waterleiding, ter plaatse van de aanduiding “waterleiding”;

b.    een strook ten behoeve van een gastransportleiding, ter plaatse van de aanduiding “gasleiding”;

 

met de daarbijbehorende:

c.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

14. 2.    Bouwvoorschriften

14. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere op de kaart aangewezen bestemmingen, mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de aanvullende bestemming.

14. 2. 2. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

14. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze (aanvullende) bestemming, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.

14. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het doelmatig functioneren van de leiding.

14. 4.    Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding, vrijstelling verlenen van:

-       het bepaalde in lid 14.2.1. en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:

*    vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

14. 5.    Aanlegvergunning

14. 5. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;

b.    het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;

c.    het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;

d.    het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;

e.    het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.

14. 5. 2. Het bepaalde in lid 14.5.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

14. 5. 3. De in lid 14.5.1. genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend indien:

a.    door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in het lid 14.1. genoemde leiding ontstaat of kan ontstaan;

b.    vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

14. 6.    Gebruiksvoorschriften

14. 6. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

14. 6. 2. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 14.6.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke be­perking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

14. 7.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 14.5.1. en lid 14.6.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.