direct naar inhoud van Artikel 9 Park
Plan: Franeker - GGZ-locatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP051703-

Artikel 9 Park

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor park aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    park;

b.    plantsoenen;

c.    bebossing;

d.    groenvoorzieningen;

e.    waterlopen en waterpartijen;

f.     fiets- en voetpaden;

waarbij het behoud en het herstel van het monumentale park wordt nagestreefd;

 

met de daarbijbehorende:

g.    gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer;

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

9. 2.       Bouwvoorschriften

9. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 9.1. sub g genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen zal ten hoogste 50 m² bedragen;

b.    de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

9. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

9. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit van het park, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

9. 4.       Aanlegvergunningen

9. 4. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    het aanleggen en/of verharden van paden;

b.    het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

c.    het kappen, rooien en/of vellen van bomen en/of struiken;

d.    het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en beplanting;

e.    het uitvoeren van grondbewerkingen met een diepte van meer dan 0,30 m.

f.     het dempen van waterlopen en/of waterpartijen;

g.    het vergraven van oevers.

9. 4. 2. Het bepaalde in lid 9.4.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

9. 4. 3. De in lid 9.4.1. genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

a.    de ruimtelijke kwaliteit van het park; en

b.    de waterstructuur en de waterhuishouding in het plangebied.

9. 5.       Gebruiksvoorschriften

9. 5. 1. Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

9. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 9.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer, vaar- of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeer­middelen.

9. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 9.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

9. 6.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 9.4.1. en lid 9.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.