direct naar inhoud van Artikel 8 Groen
Plan: Franeker - GGZ-locatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP051703-

Artikel 8 Groen

 

8. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor groenvoorzieningen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    plantsoenen;

b.    groenstroken;

c.    beplanting;

d.    paden;

e.    water; 

met daaraan ondergeschikt:

f.     tuinen en erven;

g.    wegen en straten;

h.    speelvoorzieningen;

i.      nutsvoorzieningen; 

waarbij het behoud van de karakteristieke laanbeplanting wordt nagestreefd; 

met de daarbijbehorende:

j.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8. 2.       Bouwvoorschriften

8. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

8. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

8. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

8. 4.       Aanlegvergunningen

8. 4. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    het kappen, rooien en/of vellen van bomen en/of struiken;

b.    het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en beplanting.

8. 4. 2. Het bepaalde in lid 8.4.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

8. 4. 3. De in lid 8.4.1. genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke laanbeplanting van de lindenlaan.

8. 5.       Gebruiksvoorschriften

8. 5. 1. Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

8. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 8.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

8. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 8.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

8. 6.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 8.4.1. en lid 8.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.