direct naar inhoud van Artikel 6 Bijzondere woonvormen uit te werken
Plan: Franeker - GGZ-locatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP051703-

Artikel 6 Bijzondere woonvormen uit te werken

 

6. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor bijzondere woonvormen uit te werken aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van:

1.    bijzondere woonvormen c.q. huisvesting van specifieke doelgroepen (waaronder jongeren);

2.    sport- en recreatieve doeleinden;

met de daarbijbehorende:

b.    tuinen, erven en terreinen;

c.    groenvoorzieningen;

d.    wegen, straten en paden;

e.    parkeervoorzieningen;

f.     verhardingen;

g.    nutsvoorzieningen;

h.    speelvoorzieningen;

i.      water;

j.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6. 2.       Uitwerkingsregels

6. 2. 1. Burgemeester en Wethouders werken, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de in lid 6.1. omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels:

a.    het bebouwingspercentage zal ten hoogste 50% van het bestemmingsvlak bedragen;

b.    de oppervlakte aan open water in het plangebied zal ten minste 10% van de oppervlakte van de gronden met de bestemming “Bijzondere woonvormen uit te werken”, bedragen;

c.    de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten zal niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde dan wel een verkregen hogere grenswaarde;

d.    er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

6. 2. 2. Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van de gebouwen zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

6. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

6. 3.       Delegatiebepaling

Bij de in lid 6.2. bedoelde uitwerking kunnen Burgemeester en Wethouders binnen de grenzen van de bestemming en de uitwerkingsregels vrijstellingsbepalingen opnemen ten aanzien van in het uitwerkingsplan opgenomen bebouwingsbepalingen en gebruiksvoorschriften.

6. 4.       Voorlopig bouwverbod

Zolang en voorzover de in lid 6.2.1. bedoelde uitwerking niet is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten, zullen bouwwerken, uit te voeren binnen de in lid 6.1. omschreven bestemming, slechts worden gebouwd voorzover het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan en nadat van Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar ter zake is ontvangen.

6. 5.       Gebruiksvoorschriften

6. 5. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

6. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 6.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

b.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

6. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

6. 6.       Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 6.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.

6. 7.       Uitwerkingsprocedure

Op de voorbereiding van een ontwerp-besluit tot uitwerking op grond van deze bestemming, is de volgende procedure van toepassing:

a.    het ontwerp-besluit tot uitwerking, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken, gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage;

b.    Burgemeester en Wethouders maken de terinzagelegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend;

c.    de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;

d.    gedurende de in sublid a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij het college van Burgemeester en Wethouders schriftelijke dan wel mondelinge zienswijzen indienen omtrent het ontwerp-besluit tot uitwerking.