direct naar inhoud van Artikel 12 Water
Plan: Franeker - GGZ-locatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BP051703-

Artikel 12 Water

 

12. 1.    Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    waterlopen en waterpartijen;

b.    oevers, bermen en beplanting;

 

met daaraan ondergeschikt:

c.    paden;

d.    groenvoorzieningen;

e.    tuinen, erven en terreinen;

 

met de daarbijbehorende:

f.     bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen.

12. 2.    Bouwvoorschriften

12. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

12. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.

12. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

12. 4.    Aanlegvergunning

12. 4. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.    het dempen van waterlopen en/of waterpartijen;

b.    het vergraven van oevers.

12. 4. 2. Het bepaalde in lid 12.4.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

a.    het normale onderhoud betreffen;

b.    reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

12. 4. 3. De in lid 12.4.1. genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur en de waterhuishouding in het plangebied.

12. 5.    Gebruiksvoorschriften

12. 5. 1. Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

12. 5. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 12.5.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer, vaar- of vliegtuigen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil;

c.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

d.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeer­middelen.

12. 5. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 12.5.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

12. 6.    Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 12.4.1. en lid 12.5.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.