direct naar inhoud van Artikel 3 Doeleinden van verkeer en verblijf
Plan: Wijzigingsplan (ex artikel 11 WRO) van het bestemmingsplan St. Annaparochie
Status: Goedgekeurd
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0063.0000050503-0001

Artikel 3 Doeleinden van verkeer en verblijf

 

3. 1.       Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor doeleinden van verkeer en verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    woonstraten;

b.    paden;

met daaraan ondergeschikt:

c.    parkeervoorzieningen;

d.    groenvoorzieningen;

e.    water;

f.     erven;

met de daarbijbehorende:

g.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3. 2.        Bouwvoorschriften

3. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

-       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

3. 3.        Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

3. 4.        Gebruiksvoorschriften

3. 4. 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

3. 4. 2. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld  in lid 3.4.1., wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden als verkooppunt van motorbrandstoffen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af-braak- en/of bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwacti-viteiten en werken en werkzaamheden;

c.    het storten van puin en/of afvalstoffen;

d.    de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

e.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

f.     het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

3. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 3.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3. 5.        Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 3.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.

 

11.0pt;mso-fareast-font-family:Arial;mso-bidi-font-family:Arial'>a.    het gebruik van de gronden als verkooppunt van motorbrandstoffen;

b.    het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, af-braak- en/of bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwacti-viteiten en werken en werkzaamheden;

c.    het storten van puin en/of afvalstoffen;

d.    de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;

e.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

f.     het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

3. 4. 3. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 3.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3. 5.        Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 3.4.1. wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.