direct naar inhoud van Artikel 3 Beschrijving in Hoofdlijnen
Plan: Partiele herziening van het bestemmingsplan Bedrijvengterrein Kie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700503BP061702-

Artikel 3: Beschrijving in Hoofdlijnen

 

*        lid 1.1. wordt als volgt gewijzigd:

 

*        Na “Bij de ontwikkeling van de bedrijvigheid langs de nieuw aan te leg­gen zui­delijke rondweg en het Van Harinxmakanaal, zal worden ge­streefd naar de realisering van zichtlocaties met goede presentatie­mo­gelijk­he­den naar deze verkeers- en water­wegen toe voor de zich daar vesti­gende bedrijven. Die presentatie zal zich uiten in architectonische kwa­liteit en vorm­geving van de bebouwing en een kwalitatief hoogwaar­dige inrichting van het voorterrein, één en ander overeen­komstig het ge­stelde in “ vervalt de tekst: “paragraaf 3.2.2. van de toe­lichting en het weergegeven in bijlage 3 bij de toelichting.”

Deze tekst wordt als volgt gewijzigd: “paragraaf 2.1. van de toelichting bij de Partiële Herziening en weergegeven in figuur 2 in de toelichting van de Partiële Herziening. Hierbij zijn van belang de gewenste beeld­kwaliteit en de daarmee samenhangende onderscheiden gevelbouw­grenzen. De aanduiding  “gevelbouwgrens strak” geeft aan dat de ge­vels van bedrijfsgebouwen in deze lijn dienen te worden gebouwd; de aanduiding “gevelbouwgrens rafelig”  geeft aan dat gevels in een rafe­lige lijn binnen een afstand van 15 meter achter deze lijn mogen wor­den gebouwd.” 

 

*        Na “Met het oog op een voldoende ruimtelijk profiel dient” vervalt de tekst: “een minimum afstand van 5,00 meter tussen de perceelsgrens aan de straatzijde en de bedrijfsgebou­wen in acht te worden genomen, met dien verstan­de dat aan één zijde van de straat de afstand van ge­bou­wen hoger dan 4,50 meter tot aan de perceelgrens tenminste 20,00 meter zal bedra­gen.” Deze tekst wordt als volgt gewijzigd: “de op de plankaart aangegeven gevelbouwgrens te worden aangehouden. De ruimte tus­sen gebouwen en de weg dient een zoveel mogelijk repre­sentatief ka­rakter te hebben. “

 

*       In “Het bedrijventerrein zal landschappelijk worden ingepast. Dit door mid­del van de aanleg van een 10 meter brede bebouwingsvrije groen­strook langs de oevers van de Arumervaart en een groenstrook van circa 50 meter breed aan de zuidzijde van het terrein.” vervalt “groen­strook langs de oevers van de Arumervaart”. Dit wordt vervangen door “strook langs de oevers van de Arumervaart”. Tevens wordt “50” ver­vangen door “20”.

 

*        Na “Waar het bedrijventerrein niet of niet volledig wordt afgeschermd met be­planting e.d., zullen zo nodig nadere voorwaarden aan de ruim­telijke ver­schijningsvorm van de bedrijfsbebouwing worden gesteld in relatie tot de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein, één en ander overeenkomstig het gestelde” vervalt de tekst “in paragraaf 3.2.2. van de toelichting en het weergegevene in bijlage 3 bij de toe­lichting.” Deze tekst wordt als volgt gewijzigd: ”omtrent de gewenste beeldkwaliteit in paragraaf 2.1. van de toelichting bij de Partiële Herzie­ning en weergegeven in figuur 2 in de toelichting van de Partiële Her­ziening.”

 

*       de volgende bepaling vervalt:

 

“1.   3.     Windmolenpark

 

*       Langs de spoorlijn wordt gestreefd naar het oprichten van windmolens in een lijnopstelling voor de gemeenschappelijke energievoorziening van bedrijven. Er zal op worden toege­zien dat de plaat­sing van wind­molens geen nega­tieve ge­volgen heeft voor de invulling en ontwikkeling van het bedrijven­terrein.

Tevens zal er worden gekeken of de plaatsing van windmolens geen ne­gatieve gevolgen heeft voor het functioneren van radarsystemen en de veiligheid van de militaire luchtvaart.

 

*       Ten aanzien van windmolens ten opzichte van woonbebouwing dient een afstand van 100 meter te worden aangehouden als het een wind­molen met een wiekdiameter van 20 meter betreft. Voor molens met een wiekdiameter van respectievelijk 30 en 50 meter, dient een afstand van respectievelijk 200 en 300 meter in acht te worden genomen.”

 

*      lid 2.1.1. wordt als volgt aangevuld:

 

“*     De vestiging van risicovolle bedrijven is niet toegestaan.”

 

*       In lid 2.1.1. vervalt de paragraaf met betrekking tot de vestiging van (peri­fere) detailhandel.


*      in lid 2.1.2. vervalt de volgende bepaling:

 

“*     De wijzigingsbevoegdheid om de aanduiding "wijziging naar windmo­lens toegestaan" te wijzigen naar de aanduiding "windmolens toege­staan" maakt de eventuele bouw van windmolens mogelijk.

        De toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend geschie­den indien, voor 50% van het aantal geprojecteerde windmolens, elders in de provin­cie windmolens worden gesloopt.”