direct naar inhoud van Artikel 10 Sport- en recreatieve doeleinden
Plan: Bestemmingsplan Franeker - Westelijke woongebieden
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BPFRAWWG2009ONH-

Artikel 10 Sport- en recreatieve doeleinden

 

10. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor sport- en recreatieve doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    terreinen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, zoals sportvelden, tennisbanen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

b.    gebouwen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, met daarbijbehorende voorzieningen, zoals kleedruimtes en een kantine;

c.    een opblaasbare tennishal, ter plaatse van de aanduiding “opblaas­bare tennishal”;

d.    gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer; 

met de daarbijbehorende:

e.    paden;

f.     parkeervoorzieningen;

g.    groenvoorzieningen;

h.    bebossing;

i.      waterlopen;

j.      nutsvoorzieningen;

k.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten.

10. 2.    Bouwregels

10. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 10.1. sub b genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

a.    de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.    de (bouw)hoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

10. 2. 2. Voor het bouwen van de in lid 10.1 sub c genoemde opblaasbare tennishal gelden de volgende regels:

a.    een opblaasbare tennishal mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “opblaasbare tennishal”;

b.    er mag ten hoogste één opblaasbare tennishal in totaal worden ge­bouwd;

c.    de hoogte van een opblaasbare tennishal zal ten hoogste 10,00 m be­dragen.

10. 2. 3. Voor het bouwen van de in lid 10.1. sub d genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

a.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen zal ten hoogste 200 m² bedragen;

b.    de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,50 m bedragen.

10. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;

b.    de hoogte van lichtmasten zal ten hoogste 15,00 m bedragen;

c.    de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

10. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

10. 4.    Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van een kantine voor zelfstandige horecadoeleinden;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksin­richtingen;

c.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

10. 5.    Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiks­mogelijkheden van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in die zin dat:

a.    de bouwvlakken binnen de bestemming worden vergroot dan wel geheel of gedeeltelijk worden verplaatst;

b.    nieuwe bouwvlakken worden toegevoegd aan de bestemming met een gezamenlijk oppervlak van ten hoogste 1.500 m².