direct naar inhoud van Artikel 8 Maatschappelijke doeleinden 2
Plan: Bestemmingsplan Franeker - Westelijke woongebieden
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.00700000BPFRAWWG2009ONH-

Artikel 8 Maatschappelijke doeleinden 2

 

8. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor maatschappelijke doeleinden 2 aangewezen gronden zijn be­stemd voor:

a.    gebouwen ten behoeve van:

1.    educatieve en informatieve voorzieningen, waaronder sportieve edu­catie;

2.    levensbeschouwelijke voorzieningen;

3.    medische en sociaal-medische voorzieningen;

4.    openbare dienstverlenende voorzieningen in de vorm van kantoren, hulpdiensten en werkplaatsen;

5.    sociaal-culturele voorzieningen;

b.    een zendmast, indien de gronden ter plaatse zijn voorzien van de aanduiding “zendmast”;

met de daarbijbehorende:

c.    tuinen, erven en terreinen;

d.    parkeervoorzieningen;

e.    groenvoorzieningen;

f.     wegen, straten en paden;

g.    nutsvoorzieningen;

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8. 2.       Bouwregels

8. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

a.    een gebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.    het bebouwingspercentage van een bouwvlak zal per bouwperceel niet meer bedragen dan:

1.    het in het bouwvlak als zodanig aangegeven percentage;

2.    100% indien in het bouwvlak geen percentage is aangegeven;

c.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;

d.    de (bouw)hoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

8. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;

b.    een zendmast zal uitsluitend worden gebouwd op gronden, die zijn voorzien van de aanduiding “zendmast”;

c.    de hoogte van een zendmast zal ten hoogste 30,00 m bedragen;

d.    de hoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen;

e.    de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

8. 3.       Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

8. 4.       Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiks­mogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in lid 8.2.1. sub a en toestaan dat gebouwen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd;

b.    het bepaalde in lid 8.2.1. sub b onder 1 en toestaan dat het binnen het bouwvlak gelegen gedeelte van een bouwperceel tot ten hoogste 100% wordt bebouwd.

8. 5.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor de uitoefening van zelfstandige detailhandel;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

c.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.